maandag 21 december 2020

Optimalisatie van ruimte en prestatie (bijgebouw)

Bij de keuze van de afmetingen van de wanden was met name de beschikbare ruimte in de achterste hoek van het kavel kritisch. Naast de keuze om in de erfgrens te bouwen, moesten we een optimum kiezen tussen isolatiewaarde en geveldikte. Als hier de wanden te dik zouden worden, zou de ruimte binnen te smal worden. We hebben uiteindelijk gekozen voor wandstijlen van 15cm dikte, ten opzichte van de 23,5cm dikke stijlen in de woning. Samen met de vlasisolatie tussen de stijlen en de installatiespouw aan de binnenzijde levert dit een RC waarde van 5 W/m2K.

Het funderingsdetail van de oostgevel met het metselwerk in Ecoformaat.

De topgevel op de erfgrens met de buren wilden we in eerste instantie uitvoeren in hout, maar vanwege het onderhoud dat vanaf de grond van de buren zal moeten plaatsvinden, hebben we aan deze zijde toch voor metselwerk gekozen. Om ruimte, maar ook grondstoffen te besparen, hebben we gekozen voor een steen in eco-formaat met een diepte van 7 cm in plaats van de gebruikelijke 10cm (en de 11cm van de in de woning toegepaste steen). Verderop in deze blog ga ik nader in op het metselwerk.

dinsdag 15 december 2020

Semi-prefab houtskeletbouw (bijgebouw)

Tijdens de gesprekken voorafgaand aan de bouw vroeg ik de aannemer waarom hij per se alles in het werk wilde timmeren en niet in zijn werkplaats de wandelementen alvast prefab wilde maken. Hiermee bouw je immers niet in weer en wind (zie ook mijn post over het houtskelet van onze woning) en kun je secuurder werken. Hij vond dit met name kritisch in verband met het bouwen op de erfgrens en de schuine hoek in de perceelsgrens (welke we volgen met het bijgebouw). Ondanks dat ik alles nog een keer had ingemeten en had gecontroleerd of de tekening van de gemeente wel de werkelijke situatie was, durfde hij het niet aan om hier alvast mee aan de slag te gaan. In plaats daarvan koos hij voor een methode die je kunt omschrijven als semi-prefab. Na gereedkomen van de fundering maakte hij niet één keer de stelregels, maar twee keer. De eerste set onderregels werd door de kimstrook heen vastgeboord op de betonvloer, de tweede set regels werd weer op de aanhanger meegenomen naar de werkplaats, en diende als basis voor de in de werkplaats te maken frames van de wanden. Een paar dagen later werden deze frames in een paar uur tijd op de plek gemonteerd. Het sluiten van de wanden en het aanbrengen van de isolatie werd verder ter plekke gedaan.


De wandframes van de begane grond op hun plek. Het detail laat de 16mm verspringing zien van de wanden ten opzichte van de stelregel, hier komt straks de agepan buitenbeplating op. De epdm vochtkering kan straks in een lijn doorlopen.

vrijdag 20 november 2020

De omgekeerde fundering en toekomstbestendig bouwen (bijgebouw)

Nu de kelder vervallen was kon de veel minder diepe bouwput worden gegraven. De fundering, een betonstrook met daaroverheen een betonplaat, werd ter plekke in twee fases gestort. Eerst werd de ringbalk uitgegraven en gestort, waarna de grond werd aangevuld en de betonplaat werd bekist en gestort. De isolatie, een laag EPS van 20cm, maken we niet zoals bij de woning (en zoals gebruikelijk bij de meeste Nederlandse gebouwen) onder de vloer maar er bovenop, volgens het hier gehanteerde principe van de omgekeerde fundering. Dit principe, dat we ook toegepast hebben bij de woning van Remko en Marleen in Ter Aar heeft twee voordelen: koudebruggen bij de overgang van de vloer naar de gevel worden voorkomen en de betonvloer maakt geen deel uit van de verwarmde massa van het gebouw. Dit laatste is met name handig voor ruimtes die niet permanent verwarmd hoeven te worden zoals slaapkamers of, zoals in dit geval, een werkkamer, waarbij het prettig is als je de ruimte snel op kunt stoken. De werkkamer zal niet verwarmd worden met vloerverwarming, waarbij massief beton met behulp van water met lage temperatuur eerst langzaam moet opgestookt moet worden, maar met luchtverwarming (airconditioning, tevens koeling): een ideale combinatie met de thermische eigenschappen van de houten wanden en bovengenoemde vloerconstructie.

Langsdoorsnede met omgekeerd funderingsprincipe. De schuur en zolder zijn geïsoleerd maar onverwarmd, de werkkamer is verwarmd. 


Alle wanden zijn geplaatst op een rand van poreuze drukvaste blokken van cellenbeton, de ‘kim’, waarmee directe koudebruggen worden voorkomen. Deze blokken zijn vochtbestendig en hebben een lambda-waarde van 0,16 W/mK (RC van 1,25 bij de toegepaste dikte 200mm), wat vergelijkbaar is met de waarde van vurenhout. Ten behoeve van het scenario dat we in de toekomst het bijgebouw mogelijk als gastenverblijf willen gebruiken, hebben we een paar extra stroken cellenbeton voorzien zodat we t.z.t. de tussenwanden eenvoudig kunnen verplaatsen naar de andere plek.

De sleuf voor de strokenfundering wordt uitgegraven.

De rand van cellenbeton (kim) wordt geplaatst. Zichtbaar zijn de extra randen voor het verplaatsen van de wanden bij een toekomstige verbouwing.



donderdag 15 oktober 2020

De kelder die niet doorging (bijgebouw)

De gedachte achter de kelder onder het bijgebouw was dat we er een mooie opslagruimte bij zouden krijgen en door de stabiele grondtemperatuur dingen lang koel bewaren zonder gebruik van stroom. Bij Ten Have Beton in Nieuw Heeten vonden we een prefab kelderbak met een formaat van 4 bij 2,5 meter, deze zou precies in de breedte onder het gebouwtje passen en stond al op de werf gereed voor de verkoop. Met het kraanbedrijf ter plekke sprak ik ter plekke door hoe het gat gegraven zou worden en hoe de kelderbak over de woning heen (toch wel spannend) in het gat gehesen zou worden. Ook het risico op opdrijven van de kelder tijdens en na de bouw had ik nog eens samen met de constructeur bekeken en berekend. Echter een zinsnede in de offerte over eigen risico voor de gevolgen van eventuele instorting van de randen van het gegraven gat, gaf aanleiding tot verder doorvragen.


De beoogde kelderbak op het terrein van Ten Have beton.

De wanden van de kelder worden gestort in een stalen bekisting met een fraai glad oppervlak als resultaat.

Bij verdere navraag hierover bleek dat de kuil aan de zijdes van de buren eigenlijk nog een heel stuk verder de tuin in van de buren, onder een hoek van 45 graden, uitgegraven moest worden. Daarnaast zou er naast de woning een 6 meter lange tijdelijke keerwand moeten komen om het risico op verzakking van het huis of scheuren in de muur te vermijden. Mede door de meerkosten van de keerwand en het herstel van de tuinen van de buren in het vooruitzicht, hebben we besloten de stekker uit dit idee te trekken en de kelder uit het plan te schrappen.

donderdag 1 oktober 2020

Een nieuwe fase: de bouw van ons bijgebouw!


Bijna drie jaar nadat we zijn gaan wonen in ons huis zijn we gestart met de bouw van onze schuur, of liever: ons bijgebouw. Want naast een schuur voor fietsen, opslag en klussen komt er in dit losse gebouwtje ook een werkkamer met eigen pantry.

Na verschillende ontwerpvarianten waarin we hebben verkend of we het beste losstaand of aan de woning vast moesten bouwen, wat de meest ideale kapvorm was, en hoe we om moesten gaan met de erfgrens, zijn we geëindigd met het volgende ontwerp:


Het gebouw komt los te staan van de woning, zodat we vanuit de schuur achterom de achtertuin kunnen bereiken. Ook komt er een kelder onder het gebouwtje voor de koele lange termijnopslag. Het hoogtepunt wordt een groot hoog raam in de werkkamer dat daglicht tot achterin de ruimte brengt en zicht biedt richting het Reestdal.

We hebben de opdracht gegeven aan Bouwbedrijf Jan Coeling uit Ruinen, een keuze waarvan we geen spijt hebben gehad (in tegenstelling tot de keuze voor de aannemer destijds van de woning). In het verleden was Jan Coeling een vrij groot bouwbedrijf, maar tegenwoordig bestaat het bedrijf slechts uit Hans en Ronnie, zij doen al het werk en zijn dus aanspreekpunt en timmerman ineen.